Remco Kouwenhoven, VVD raadslid in Groningen, heeft al een hele tijd een
weblog en mede door zijn
weblog, zag ik dat het in de politiek ook goed kan zijn om een site - als raadslid - te gebruiken als communicatie middel richting de kiezers. Al is de effectiviteit bij een kleine gemeente veel kleiner dan bij een grote, het gaat om het inititief dat je zaken wilt delen met de lezers van je
weblog. Hoe toegankelijker kun je zijn?
Afgelopen woesdag sprak hij op
Andere Overheid en ICT over zijn ervaring als raadslid met een
weblog.
Omdat het een meer dan leuk stukje tekst is om te lezen, hier de tekst van het verhaal dat hij .
Internet heeft zich stormachtig ontwikkeld. Tien jaar geleden hadden de meeste aanwezigen van deze conferentie waarschijnlijk nog nooit van internet gehoord. Het stereotype beeld van een gemiddelde internetter “jong, blank, mannelijk en hoog opgeleid” zal waarschijnlijk al niet meer kloppen aangezien ruim 60% van de Nederlandse gezinnen aangesloten is op internet (aldus recentelijk het Financieel dagblad). Maar het zal ongetwijfeld nog wel waar zijn dat lager opgeleiden, of mensen met een laag inkomen, gemiddeld minder toegang hebben tot internet dan hoogopgeleiden of mensen met hogere inkomens. Kortom: de gemiddelde internetter is nog altijd niet gelijk aan de gemiddelde burger.
Het aantal bestuurders/politici met een eigen website groeit snel. Niemand weet precies hoeveel raadsleden een site hebben, maar de redactie van destemvan.nl was zo vriendelijk mij de laatste telling van hun databestand te geven: 101 websites van raadsleden. Maar, op een totaal van minstens zeveneneenhalf duizend raadsleden is 101 websites toch nog buitengewoon laag. Wethouders met een eigen website zijn zo mogelijk nog uitzonderlijker: 32 (waarvan 7 in Utrecht, 7 in Rotterdam en 6 in Tilburg). Het meest uitzonderlijk zijn momenteel burgemeesters met een eigen site: destemvan.nl komt op 5 stuks.
Ik ben in november 2002 met mijn eigen website begonnen om meerdere redenen:
- ik zocht een manier om mijn standpunten te kunnen uitdragen;
- ik zocht een ‘eigen etalage’, om te laten zien wie ik ben en wat ik doe;
- ik zocht een manier om publiekelijk verantwoording af te kunnen leggen van mijn werk als raadslid.
Een website, en in het bijzonder een weblog, leek mij daartoe het ideale instrument. En in de bijna 2 jaar die ik mijn site nu, vrijwel dagelijks, bijhoudt, heb ik er zeer positieve ervaringen mee op gedaan.
De manier waarop bestuurders/politici zich op internet presenteren is zeer divers. Raadsleden presenteren zich over het algemeen nadrukkelijk als partijlid. Hoewel het soms zoeken is naar de gemeente waar ze in de raad zitten (ook op mijn website is dat niet op de eerste oogopslag duidelijk trouwens). Bij wethouders ligt dat al wat gecompliceerder. Jan Hamming, wethouder in Tilburg, en een voorloper als politicus op internet, presenteert zich niet als partijlid, maar als bestuurder van Tilburg. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld Assen, waar wethouder Gerrit Piek zich juist wel nadrukkelijk als PvdA-lid presenteert, of VVD-er Tom van Maurik in Leeuwarden.
Bij burgemeesters met een website ligt de manier van presenteren ook zeer divers. Annemarie Jorritsma, burgemeester van Almere, heeft dan volgens destemvan.nl een eigen website, maar veel meer dan een c.v. met foto is het niet. Heel anders ziet de site van Ivo Opstelten, burgemeester van Rotterdam eruit. Maar zijn site is in feite onderdeel van de website van de gemeente Rotterdam en ik betwijfel of hij persoonlijk veel inbreng heeft op z’n site. Geheel anders is dan de website van Peter Rehwinkel, burgemeester in Naarden. Voor zover ik kan nagaan is hij de enige burgemeester die zelf z’n eigen site bijhoudt en wiens site daarmee dan ook echt een persoonlijke presentatie is.
Ik ben er van overtuigd dat in de gemeenteraadsverkiezingen van 2006 internet een grote rol zal gaan spelen. Het is te verwachten dat tegen die tijd veel meer raadsleden zich op internet zullen presenteren en dat alleen het hebben van een site niet meer een profileringspunt zal zijn, maar wel de manier waarop je er mee omgaat. Een paar tips:
- Hou het simpel. Al te veel toeters en bellen leidt alleen maar af van de boodschap.
- Hou het kort: lange verhalen leest niemand van een scherm (dit verhaal is daar dus een slecht voorbeeld van).
- Hou je site bij: actualiteit is van groot belang.
- Hou het relevant: wie zit te wachten op je vakantiefoto’s?
- Hou je lezers voor ogen: wat je om 1 uur ’s nachts, met een borrel op, nog vindt kunnen, wordt de volgende dag, door je lezers, waarschijnlijk een stuk minder gewaardeerd.
- Bedenk van te voren hoe je met reacties wilt omgaan. Heb je de tijd en de wil om te reageren? En hoe wil je omgaan met vervelende reacties?
- Beantwoord je mail!
- Als je het doet, doe het dan goed. Geen site is altijd nog minder erg dan een slechte site.
Ten slotte: als je het goed doet, heb je met een eigen website een prachtig communicatiemiddel in handen, dat ook nog eens als naslagwerk dienst kan doen.
En gelijk heeft hij wel. Al gaa ik anders om met de weblog, dan zoals hij dat doet. Een van die zaken dat ik soms ook dingen post die meer werk-gerelateerd zijn. Aangezien het raadswek iets is wat naast het werk plaats vindt en in Zevenaar zeer zeker geen dag taak is, laat ik soms ook wat dingen zien van mijn andere beslomeringen.
En of dat leuk of leerzaam is, tja, dat weet ik niet.
Maar het geeft wel een beeld wie dit raadslid is die deze weblog schrijft en post en wat hem bezighoudt. Een kijkje in de keuken van een raadslid, die vooral ook nog een privé heeft en zijn geld verdient met andere zaken dan de politiek.
En een ding is inderdaad heel erg belangrijk - beantwoord je e-mail.
Reageer of accepteer dat men je niet serieus neemt.
Dus zeg het maar, wat vind je er van?