18:51 Zalm: Armoede is betrekkelijk (VVD)
Zalm: Armoede betrekkelijk (AD, 29 december)
- - -
Minister Zalm van Financiën vindt dat we in Nederland te snel iemand arm noemen. “Zoals wij armoede definiëren, is het een onoplosbaar probleem. Alleen met nul mensen in de bijstand zal de armoede weg zijn. Dat zal dus niet gebeuren.”
“Niemand hoeft onder mijn juk door, hoor”, lacht de liberale minister. “Maar er viel niets te compenseren. Ieders koopkracht gaat er volgens jaar op vooruit.”
Mensen vroegen zich af: waar gáát het eigenlijk over? De tegemoetkoming die het CDA vroeg was 35 euro per huishouden en u had net een meevaller van 3 miljard geboekt.
“Ja, als er onder het motto dat er een meevaller is van 3 miljard een kwart miljoen wordt geclaimd voor dingen die niet nodig zijn, wat dan als er ineens echt iets nodig is? Ik hecht aan de spelregels die we hebben afgesproken. Het is mijn rol die te handhaven. Bolkestein zei al dat het voor een politicus net zo moeilijk is om financiële reserves op te bouwen als voor een hond om een voorraad worst aan te leggen. Maar we moeten natuurlijk wel toe naar een overschot op de rijksbegroting.”
In de Kamer werd geklaagd dat u wel geld over had voor helikopters en kruisraketten.
“Daar heeft de minister van Financiën geen stuiver aan uitgegeven. Dat geld voor die tomahawkraketten heeft de minister van Defensie uit zijn eigen begroting gehaald.”
Onder dit kabinet is de armoede enorm toegenomen. Wat vindt u daarvan?
“Dat heeft alles te maken met de economische tegenslag en de gegroeide werkloosheid. Het is ook waar dat we de koopkracht hebben zien dalen. Maar armoede zoals wij dat definiëren is een begrip waar je nooit vanaf komt. De Wereldbank noemt iedereen die minder dan een dollar per dag heeft arm. Wij hebben het over iedereen die minder verdient dan 105 procent van het sociaal minimum. In die zin is het een onoplosbaar probleem. Als je de armoedegrens steeds optrekt, komt je er nooit vanaf. Alleen met nul mensen in de bijstand zal de armoede weg zijn. Dat zal dus niet gebeuren.
“Armoede in Nederland is betrekkelijk. De onderkant van nu is veel welvarender dan in de jaren 50. Ik kom zelf uit zo’n lower middle class milieu. Je had geen tv, je at dubbele boterhammen en je naaide zelf je kleren. We dronken niet eens koffie. Thee was goedkoper. Laat staan alcohol of frisdrank. Ja, op verjaardagen.”
Vindt u het gezeur?
“Nee, voor mensen met een klein inkomen is achteruitgang in koopkracht toch lastig. Daarom ben ik blij dat er betere vooruitzichten zijn. Alleen de alleenstaanden in de bijstand komen er nu bekaaid van af. En dan krijg je wat ik ‘de vloek van de goede daad’ noem. Zoals bij de onroerendezaakbelasting. Die hebben we geschrapt. Dan wordt er gezegd: ja, maar de mensen die al kwijtschelding van ozb hadden, hebben daar helemaal niets aan. Tja. De mensen zijn al zo goed bediend. Het allermooiste is natuurlijk geen belasting betalen.”
- - -
Er is sprake van een wonderlijk interview met innerlijke tegenstrijdigheden. Immers, op de vraag wat hij ervan vindt dat onder dit kabinet de armoede enorm is toegenomen, wordt deze toename ronduit bevestigend en vervolgens wordt een technocratische definitiekwestie geformuleerd: “Dat heeft alles te maken met de economische tegenslag en de gegroeide werkloosheid. Het is ook waar dat we de koopkracht hebben zien dalen. Maar armoede zoals wij dat definiëren is een begrip waar je nooit vanaf komt.” Dat is natuurlijk niet handig voor een ervaren minister als Zalm. Het technocratische imago van deze minister wordt alleen maar extra geaccentueerd als hij over definities gaat filosoferen (anderen zullen ‘steggelen’ in de mond nemen). Maar er bestaat natuurlijk een verschil tussen filosoferen en filosoferen. Filosoferen door een bewindsman is hardop nadenken hoe onevenwichtigheden in de maatschappij verwijderd worden. De taak van de regering is immers dat ‘een ieder deelt in de algemene welvaart’ en in dat kader geeft het geen pas om met vergelijkingen van voorgaande generaties te komen: “Armoede in Nederland is betrekkelijk. De onderkant van nu is veel welvarender dan in de jaren 50. Ik kom zelf uit zo’n lower middle class milieu. Je had geen tv, je at dubbele boterhammen en je naaide zelf je kleren. We dronken niet eens koffie. Thee was goedkoper. Laat staan alcohol of frisdrank. Ja, op verjaardagen.” Volstrekt onvergelijkbare tijden. En voor de lezer geef ik voor de volledigheid aan dat ik qua leeftijd ouder ben dan de huidige minister en in een ambtenarengezin ben opgegroeid (voor de Toxopeusronden) en dus een karig bestaan leidden. Inderdaad geen tv, want die bestonden nog niet eens. Ik herinner mij dat ik aan het einde van de lagere school (1958) de eerste tv-beelden heb gezien bij anderen thuis. Inderdaad werden kleren van bekende families – met ouderen kinderen – overgenomen en verder afgedragen. Uit deze opmerkingen van Zalm over het verleden blijkt dat hij als econoom spreekt; ware hij gedragswetenschapper geweest, dan had hij zich wel tweemaal gedacht voordat hij de uitspraken deed, zoals ze uitgesproken zijn in dit interview. Zoals de briefschrijver op de dag na kerst in NRC/Hblad, die aangaf dat je alleen dankbaar kunt zijn als je een ruim inkomen geniet. Iedereen met een modaal inkomen (60% van de beroepsbevolking waren als zorgverzekerden verzekerd bij het ziekenfonds) moet ieder eurocent omdraaien omdat het leven zo spartaans duur is geworden. Vergeleken met de topinkomens die astronomische hoogten hebben bereikt, bestaat er psychisch overduidelijk armoede in dit land. Maar gelukkig kan dit interview niet worden gelezen als een aanval op ‘wat onder armoede’ moet worden bestaan. Uit de aangehaalde tegenstrijdigheden klinkt voornamelijk onbeholpenheid door als Zalm zich de vraag stelt hoe de armoede, respectievelijk de bijstand (de uitkering als vangnetinstrument) uit de wereld geholpen kan worden. Zalm zegt dat dit niet kan, ik zeg dat dit wel degelijk mogelijk is. Namelijk als de economie zo hard gaat aantrekken (groei bbp boven de 5%) dat er allerwegen handen te kort komen. Dan kan iedereen die in de bijstand (na de jaarwisseling de WIA) zit, aan de slag want hij/zij is nodig. Dan pas zal in inhaalslag worden gemaakt die in de late jaren negentig met z’n hoogconjunctuur is gemist, te weten dat alle gebruikers van bijstandsuitkeringen opgenomen kunnen worden op de arbeidsmarkt.
Nog een andere kanttekening in het verlengde van het netgestelde. Zalm stelt dat ‘als je de armoedegrens steeds optrekt, je er nooit vanaf komt’. In de eerste plaats is er geen sprake van optrekken van de armoedegrens; armoede is binnen een hoogontwikkelde (post)industriële samenleving als de onze een relatief begrip dat alleen inhoud krijgt binnen de kaders van een sociaal rechtvaardige inkomensverhoudingen. In de tweede plaats haal ik de eerste liberale leider van de VVD, Oud aan die over het armoedeprobleem een andere invalshoek koos. Dit probleem van armoede blijft bestaan omdat er altijd mensen in deze maatschappij tussen wal en schip vallen; overigens tijdelijk en niet voor altijd. De samenstelling van de categorie ‘mensen die in armoede leven’ zal dus altijd van samenstelling wisselen. Zo zijn er voorbeelden van mensen die een toppositie hebben bekleed, maar door extreem zware persoonlijke omstandigheden psychisch zo in verval zijn geraakt, dat dezen een zwerversbestaan zijn gaan leiden. Omgekeerd zijn er voorbeelden van zwervers die weer uit deze put weten omhoog te klimmen.
Maar met dit voorbeeld van de zwervers moge direct duidelijk zijn dat ondanks alle sociale voorzieningen in ons land, het kan verkeren: het aantal zwervers in ons land is een indicatie van de echte armoede die wij nog steeds kennen. Het zou dapper van Zalm zijn geweest als hij dit verschijnsel eens aan de orde had gesteld. Dan had hij in zijn recht gestaan als hij een hulpeloos gebaar had gemaakt: is dit verschijnsel uitroeibaar of moeten we ermee leren leven? Maar begaf hij zich overigens niet op het terrein van de minister van Sociale Zaken? Als ik goed kan tellen, was dit de tweede keer, nadat hij ook de gemeenten een rol had willen toekennen over de UWV-dossiers.
Conclusie is dat armoede niet betrekkelijk is; verre van dat zelfs. Een ieder die in armoede leeft is er een te veel. Armoede is dramatisch, hoe je het wendt of keert.









