Persbericht:
Rijnwaarden en Zevenaar willen meer samenwerken
Hoewel er al her en der mede in Liemers en in regionaal verband- wordt samengewerkt hebben de colleges van burgemeester en wethouders van Rijnwaarden en Zevenaar de afgelopen maanden verschillende gesprekken met elkaar gevoerd om de kansen en mogelijkheden van een verdere samenwerking tussen deze twee gemeenten te bezien.
De colleges vinden het noodzakelijk dat intergemeentelijke samenwerking versterkt wordt omdat beide gemeenten zich, overigens net als alle andere gemeenten in Nederland, geconfronteerd zien met:
- een forse uitbreiding van het gemeentelijk takenpakket, en
- met steeds hogere kwaliteitseisen die gesteld worden aan de uitvoering van dat takenpakket.
Beide colleges willen door meer te gaan samenwerken vooral:
- de kwetsbaarheid in de dienstverlening aan de burgers verminderen,
- efficiënter gaan werken, èn
- de deskundigheid in de ambtelijke organisaties versterken.
“De onderlinge samenwerking moet dan ook gericht zijn op het versterken van elkaar; beide partijen moeten er beter van worden, juist met het oog op de kwaliteit van de dienstverlening aan al onze burgers”, aldus de beide colleges.
De gesprekken verliepen steeds in een dusdanig goede en enthousiaste sfeer dat beide colleges hebben besloten zich bij het verder vormgeven van intergemeentelijke samenwerking op elkaar te richten en in 2006 nader te onderzoeken waar nog meer kansen liggen voor samenwerking tussen beide gemeenten.
Beide colleges onderschrijven daarbij dat binnen de Liemers op verschillende terreinen reeds op een uitstekende wijze wordt samengewerkt, maar richten zich nu op een intensievere samenwerking tussen Rijnwaarden en Zevenaar.
In een bestuurlijk overleg in januari 2006, willen beide colleges concrete afspraken maken over de terreinen waarop men denkt te kunnen gaan samenwerken. De mogelijkheden voor samenwerking zullen in eerste aanleg vooral gezocht worden op het uitvoerend niveau van de gemeentelijke taken en werkzaamheden.
Zevenaar, Lobith, 6 december 2005
Zoals
Paul Freriks ook al op zijn
weblog schreef: “Hing behoorlijk gloeiend in de lucht, vandaar denk ik dat de beide colleges er maar vast melding van gemaakt hebben.”.
En dat lijkt me ook het geval, zoals Paul dat schetst.
Voor de regio is het goed, denk ik, of het voor
Zevenaar goed is, dat moeten we nog maar bezien.
Naar mijn idee is de
gemeente Zevenaar nog heel erg druk met het integreren van twee de (voormalige) gemeenten
Angerlo en
Zevenaar, en nu komt dit er ook nog eens bij. Ik maak me dan ook serieus zorgen of de organisatie van de
gemeente Zevenaar dit wel aan kan en hierop is berekend.
Wat me wel heel erg tegen de borst stuit en erg wrang vind, is dat men tijdens het debat over de herindeling met grote letters in de krant schreef dat dat
Rijnwaarden haar eigen broek wel op kon ophouden. Nu is de inkt van de herindelingswet nauwelijks droog.. en komt men nu met hangende pootjes bij
Zevenaar aan kloppen?
En die uitbreiding van het takenpakket, ja dat was toen ook al bekend, dus voor mij is dat geen argument waarom toen niet en nu wel. Al spreek ik nu niet over herindelen, maar over samenwerken.
Dus niet samenwerken?
Nee, samenwerken is prima, als er maar voor beide partijen een win-situatie ontstaat. Omdat ik er weinig voor voel om met het geld van de
Zevenaarse samenleving de voorzieningen in
Rijnwaarden mogelijk te maken of in stand te houden. Het klinkt misschien wat bot, maar je kunt nu eenmaal niet zeggen dat in
Zevenaar alles al gesneden koek is na de herindeling. Daarnaast kun je ook niet stellen dat
Zevenaar over dergelijk financiele reserves beschikt dat we dat er wel even bij doen.
Dus als we samenwerken, prima, maar moet er voor beide partijen wat te verdienen zijn.
Los daarvan, denk ik, dat we in
Zevenaar meer dan voldoende uitdagingen hebben om ons over druk te maken dan deze vergaande samenwerking. Denk aan de herindelingsgevolgen, WMO (Wet Maatschappelijk Ondersteuning), WWB (Wet Werk en Bijstand) en de diverse bouwplannen zoals in
Zevenaar-Oost en in
Angerlo, Lathum en Giesbeek.
Volgens mij beschikt de amtelijke organisaties niet over tijd en energie die hier voor nodig zou zijn om dit tot een succes te maken. Mocht men dat wel hebben, dan heb ik nog wel andere aangelegenheden die ik eerst geregeld zou willen zien waar men nu niet aan toe lijkt te komen.